HSV't Haartje

KNPV Zoekhonden

1. KNPV Basiscertificaat Zoekhonden:

Voordat je op mag voor de certificaten Vlakterevieren, Puinzoeken, Sorteren of Speuren, moet je eerst je Basiscertificaat halen. Het Basiscertificaat bestaat uit een heleboel onderdelen: speuren , vergelijkbaar met een IPO2 spoor, maar dan met een geweer op het eind dat moet worden aangeblaft, sorteren , maar dan geen 5 beluchte buisjes maar slechts 3 buisjes waarvan er maar 1 is belucht, een appèl-gedeelte dat vergelijkbaar is met VZH, maar dan zit er ook nog vooruitsturen bij en omcommanderen van links naar rechts, 1 slachtoffer vlakterevieren , het lokaliseren en verwijzen van een breekijzer en een geweer die in een strook bos van 100 meter zijn gegooid, het opzoeken en apporteren van 3 kleine voorwerpjes, het lopen over onaangenaam materiaal en het weigeren van gevonden voedsel, het springen over een schutting van 1 meter hoog en een kuil van 1,5 meter breed, het optillen en overgeven van de hond en het beklimmen van een trap en het lopen over een loopplank van 5 meter lang, op 2 meter hoogte.

2. KNPV Zoekhonden: Vlakterevieren (A en B)

Bij vlakterevieren is het de bedoeling dat de hond een liggend of zittend persoon (slachtoffer) opspoort. Dit vindt meestal plaats in een bos. Honden zijn in staat grote gebieden intensief en met plezier te doorzoeken. Vindt de hond het "slachtoffer", dan moet hij dit kenbaar maken aan zijn geleider. Bij ons gebeurt dit meestal door middel van blaffen. De geleider kan dan op het geluid af gaan en is zo in staat het slachtoffer (met hond) snel te vinden. De hond mag ondertussen het slachtoffer niet verlaten. Voor het certificaat Vlakterevieren A moet de hond 2 slachtoffers lokaliseren en verwijzen, voor het certificaat Vlakterevieren B moet hij laten zien dat hij in staat is om in twee doorgangen (met een pauze er tussen) 3 slachtoffers op te sporen (6 in totaal).

3. KNPV Zoekhonden: Puinzoeken (A en B)

Bij puinzoeken wordt de hond geleerd een onzichtbaar slachtoffer, dat in of onder bepaald materiaal verstopt zit, te verwijzen. Bijvoorbeeld bij aardbevingen, waarbij slachtoffers bedolven zijn geraakt onder het puin, worden vaak reddingshonden ingezet. Door het fantastische reukvermogen van de hond, is hij in staat om om, onder vele lagen puin, de reddingswerkers exact aan te geven waar eventuele slachtoffers zich bevinden. Ook dit wordt aangeleerd door de hond een speelvoorwerp bij het slachtoffer aan te bieden. Als een hond een slachtoffer (met speeltje) niet kan bereiken is krabben en/of blaffen een natuurlijke reactie van de hond. Dit wordt gebruikt als verwijzing van een slachtoffer onder puin. Ook hiervoor geldt weer; voor het A-certificaat moet de hond 2 slachtoffers opsporen, voor het B-certificaat zijn dit er twee keer drie.

4. Speurhond (A en B)

Voor het certificaat Speurhond A moet de hond een 2 uur oud spoor uitwerken van 1000 passen (=700 meter). Er zijn 8 hoeken, 3 voorwerpen en een (groot) eindvoorwerp dat moet worden aangeblaft. Bij Speurhond B is het spoor 3 uur oud, 2000 passen (=1400 meter) en er bevinden zich 4 voorwerpen op het spoor en een eindvoorwerp dat meestal een geweer is.Het geweer moet worden verwezen (blaffen hoeft niet), de andere voorwerpen moeten worden verwezen of geapporteerd. De 10 hoeken bestaan ook uit spitse hoeken (45 graden) of stompe hoeken (135 graden). Een half uur voor het uitwerken van het spoor worden 2 spoordelen doorkruist door een verleidingsspoor.

5. KNPV Zoekhonden: Sorteerhond (A en B)

Voor Sorteerhond A moet de hond een correcte sorteerproef laten zien. 5 Personen krijgen ieder (1 uur voor aanvang van de sorteerproef) 4 geneutraliseerde metalen, rechthoekige buisjes die zij 5 minuten in hun handen moeten houden. 1 Persoon fungeert als verdachte en zijn buisje wordt, samen met 4 andere geuren, op een sorteerbank gelegd. De hond moet, aan de hand van een beluchtingsbuisje, de geur van de verdacht er 3 maal uit weten te halen en het juiste buisje apporteren. Bij Sorteerhond B zijn er 2 sorteerbanken. Op iedere bank liggen 7 buisjes, waaronder 1 van een controlepersoon en 1 van een aangewezen persoon. De hond moet eerst van ieder bank het buisje apporteren van de controlepersoon. Als dit is gelukt, moet hij van ieder bank het buisje apporteren van de aangewezen persoon die als verdachte fungeert. Dit terwijl de buisjes van de controlepersoon er ook tussen liggen. Een zware opgave, maar als dit lukt heeft de hond ook echt bewezen dat hij in staat is om geuren te discrimineren.

Klik hier voor het artikel van Liliane dat in het jubileumnummer van het KNPV blad verscheen en ook op de KNPV site staat.

Klik op onderstaande banner voor een uitgebreide uitleg van het KNPV Basiscertificaat voor zoekhonden. Hierin staan tevens alle eisen voor deelname aan de KNPV keuringen voor zoekhonden. Ook staat hierin het huishoudelijk regelement voor leden van de afdeling zoekhonden van 't Haartje.